Geschiedenis campus Leuven

campus leuven front 4

Een eeuw vol hoogspanning, Afrikaanse kunst en beiaarden’

De campus in Leuven waar vandaag de vlag van Vlerick Leuven Gent Management School uithangt, was in 1899 al de trots van de universiteit. Het eerste moderne gebouw waarover de ingenieurs konden beschikken.

Aan de Vlamingenstraat 83 werd het Electromechanisch Instituut gecreëerd. De Speciale School binnen de faculteit Wetenschappen kwam niets te vroeg. Een jaar later stond de wereldtentoonstelling in Parijs in het teken van de elektriciteit, met een dynamo van tien meter in doorsnede als blikvanger. De Leuvense universiteit maakte zich als het ware op voor een nieuwe eeuw waarin de tweede industriële revolutie zich zou doorzetten. Tegen het eind van de eeuw zou de richting elektrotechniek de meest populaire aan het departement van de faculteit Toegepaste Wetenschappen worden.

De drijvende kracht achter de totstandkoming van het Electromechanisch Instituut was ongetwijfeld de hoogleraar metaalkunde en elektriciteit, Honoré Ponthière (1850-1914), die ook beschouwd mag worden als de bouwheer. Het ontwerp kwam van de tekentafel van professor Vincent Lenertz (1864-1914), de toenmalige huisarchitect van de universiteit. Na hun samenwerking aan de campus brengt het lot Ponthière en zijn architect later nog eens samen in bijzonder tragische omstandigheden. Bij de Duitse inval in augustus 1914 worden ze beiden het slachtoffer van de Duitse terreur op de burgerbevolking.

Het Electromechanisch Instituut was in de eerste plaats een industrieel complex. Er werd alleen niets in geproduceerd, enkel gedemonstreerd. De machinehal stond vol elektrische machines, dynamo’s en verschillende motoren voor onder meer trams en kranen. Daarnaast was er ook een ketelhuis met een smidse en een stoomketel die zowel voor verwarming zorgde als voor drijfkracht. Rond de binnenplaats waren laboratoria ingericht voor fotografie, fotometrie, mechanica, metingen en precisiemetingen. Op de tweede verdieping werd het eerste Belgische laboratorium voor proeven met hoogspanning ingericht.

Het Instituut was vooral gericht op praktijkgericht onderwijs. De ingenieurs in spe werden geacht wekelijks zes uur in de machinezaal door te brengen. Ook de andere laboratoria hadden uitsluitend een didactische functie. Een groot gedeelte van de uitrusting van het Instituut werd bekostigd door baron Edouard Empain (1852-1929), een industriebaron uit de Belle Epoque, het hoogtij van de Belgische economische expansie. Empain was een alumni van de K.U.Leuven en had vanaf 1891 met groot succes elektrische aandrijving aangewend voor tramlijnen in Egypte en China en in 1900 op de koop toe de Parijse metro aangelegd. Hij werd de beschermheer van het Instituut genoemd.

In 1952 wordt het gebouw aan de Vlamingenstraat te klein om alle ingenieurs en nieuwe technologieën nog langer te huisvesten. De universiteit beslist om het Elektromechanisch Instituut te verhuizen naar Heverlee, waar meer ruimte is. De campus in het centrum krijgt een compleet nieuwe bestemming. Het Kunsthistorisch en het Afrikaans Instituut nemen hun intrek. Ze vullen de machinezalen en laboratoria van weleer met gipsafdrukken en allerlei attributen en kunstvoorwerpen uit Congo.

Begin jaren tachtig komen de studenten te weten dat er twee ruimtes op de campus onbenut blijven. En daarvoor spitsen ze gaan hun oren. De cultuurraad van de studentenorganisaties laat toe dat er een cursus dans en ritmische oefeningen aan de Vlamingenstraat wordt georganiseerd. Een jaar later mag ook de Beiaardschool van de ruimtes gebruik maken.  De leslokalen worden gebruikt door de faculteit Letteren en Wijsbegeerte en bij momenten ook door de departementen Archeologie, Architectuur en Rechten.

In 1995 sluit de K.U.Leuven een overeenkomst met het kunstencentrum STUC, een vzw die culturele activiteiten organiseert voor studenten en personeel. De campus biedt voortaan een platform voor culturele lezingen, debatten, voorstellingen, tentoonstellingen en duiding bij hedendaagse kunst. Bepaalde ruimtes worden aan studentorganisaties tegen een vriendenprijsje aangeboden als repetitieruimte.

Het is wachten op het jaar van de eeuwwisseling tot Vlerick Leuven Gent Management School haar intrek neemt in de Vlamingenstraat. Het gebouw is in goede staat, maar kan niet volledig voldoen aan de noden van een internationale businessschool. Er worden al snel plannen gesmeed voor de renovatie. In het najaar van 2005 is het zover. Het gebouw aan de Vlamingenstraat wordt onder handen genomen, terwijl de activiteiten van de School tijdelijk op de Philipssite worden ondergebracht. De werken nemen anderhalf jaar in beslag.

Orator - Maart 2007