Geschiedenis Grootseminarie op de Reep te Gent

Campus reep front viewAl in de zestiende eeuw was er een seminarie in de buurt van de Reep, aan het Geraard Duivelsteen. Na een omzwerving naar de buurt van de kathedraal sinds 1625, ging het grootseminarie terug naar zijn ‘oude’ plek, op de Reep.

1903: Op zoek naar nieuwe locatie

Op het einde van de 19de eeuw is het gebouwencomplex aan de kathedraal in slechte staat. Het voldoet niet meer aan de eisen op hygiënisch vlak: onvoldoende verwarming, verlichting en verluchting, te kleine binnenkoer, ontoegankelijk voor de zonnestralen… Zich steunende op de decreten van het Franse bewind, van 18 Germinal, Jaar X en van 30 december 1809, dat elk provinciebestuur een seminariegebouw dat aan de vereisten voldoet ter beschikking van een bisschop moet stellen, gaat men bij het provinciaal bestuur van Oost-Vlaanderen aankloppen. Wat gaat men doen?

Een commissie zoekt vanaf 1903 naar mogelijke oplossingen, samen met de bisschoppelijke en seminarieoverheid.

Een eerste voorstel is de bestaande seminariegebouwen her- of verbouwen op dezelfde plaats. Dat voorstel is al snel afgekeurd wegens te duur en niet beantwoordend aan de minimumeisen. Even denkt men aan “Baudelohof”, maar als openbaar park heeft die plaats groot belang in de drukke, dichtbevolkte wijk. Ook de plaats van de universitaire gebouwen in de Volderstraat wordt verworpen.

1905: Bouwen  op de Reep

Op 24 juli beslist men het nieuwe seminarie te bouwen aan de Reep, tegenover het Geraard de Duivelsteen, waar eens de wieg van het Gentse seminarie stond.

Architect Mortier krijgt de opdracht plannen te tekenen: plaats voor 200 seminaristen, elk twee kamers, kamers voor 9 professoren, voor de President, personeel, zusters, verder refters, leslokalen, bibliotheken… een totale oppervlakte van 10.448 m², verdeeld over drie verdiepingen. Min of meer rekening houdend met die wensen ontwerpt Mortier de plannen van het nieuw groot seminarie van Gent zoals we het nu kennen.

Voor de opsmuk van het gebouw worden kunstenaars uit het Gentse aangesproken: Remi Rooms voor de kapelmeubilering, René De Cramer voor de muurschilderingen, Gustaaf Ladon voor de glasramen, Aloïs De Beule voor de beelden van de vier evangelisten in de kapel, en Oscar Sinia voor de beelden van Sint-Carolus-Borromeus, Sint-Thomas en Sint-Bavo die de voorgevel zullen versieren. Heel die opsmuk zal moeten wachten tot na 1926.

1914: Tijdelijk een kazerne

In 1914 is het nieuwe gebouw eindelijk klaar. De eersten die het betrekken zijn… Duitse bezettingstroepen. Ze maken er de Hohenzollern kazerne van (de hooizolder in de Gentse volksmond). Sporen van die Duitse bezetting zijn op het seminarie nu nog links en rechts te zien.

Van 1918 tot 1925 wordt het gebouw zelfs de Albertkazerne van het Belgisch leger.

1925: Grootseminarie op de Reep

Op 6 november 1925 sluit het besturend bureau van het seminarie (Voorzitter A. De Bock, secretaris O. Joliet) en het provinciaal gouvernement van Oost-Vlaanderen een contract waarbij het seminarie het recht krijgt de gebouwen aan de Reep te betrekken vanaf 1 januari 1926.

Met de hulp van de seminaristen en cibisten wordt de verhuis tijdens de eerste dagen van de Goede Week 1926 tot een goed einde gebracht. Enige dagen voordien, de verhuis is al volop aan de gang, breekt brand uit in het justitiepaleis, en snel doen geruchten de ronde dat men een deel van het nieuwe seminarie als justitiepaleis zal inrichten, maar het blijft daarbij. Wel stemt het sturend bureau van het seminarie er in toe de oude seminariegebouwen, die haar eigendom zijn, voor enige jaren aan het ministerie van justitie te verhuren. Nadien verhuurt men ze aan de Zusters van Liefde die er een lagere school in onder brengen: “Klein-Bavo”.

2002: een nieuw tijdperk

In 2002 breekt het einde van seminaristen in het grootseminarie aan. Het gebouw was ook veel te groot geworden voor het beperkt aantal roepingen, en men ging op zoek naar een andere invulling van de gebouwen.

In juni 2002 begint men dan met de renovatie, die duurt tot midden 2003.

Bij de renovatie werd gezorgd voor een evenwicht tussen het karakter van het oude gebouw en moderne architectuur. Het mooiste voorbeeld hiervan is de binnenkoer, volledig in beton, met een vloerschildering van Panamarenko die kleuren van de bakstenen muren herneemt.

Vanaf de officiële inauguratie op 29 september 2003 is het de beurt aan Vlerick Leuven Gent Management School om het grootseminarie in te nemen.