Leren van anderen, op maat van jezelf

14 sep 2009

VITO stapt in Consortium Middle Management Programme (CMMP)

Bookmark and Share

peer_vitoDe Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) stapte begin dit jaar mee in Vlericks Consortium Middle Management Programme (CMMP). “Een schot in de roos”, vindt HR-manager Anne-Mie Van de Wiele.

Een dik jaar geleden hertekende VITO haar organisatiestructuur. Daardoor kreeg de groep van middle managers er een aantal nieuwe gezichten bij. Ter ondersteuning van die nieuwelingen en ter opfrissing voor hun ervaren collega’s wilde VITO de hele groep, een 20 à 25 mensen, een managementbad laten nemen waarin alle aspecten van het middle management aan bod zouden komen. 

Waarom koos VITO voor het consortiumconcept?

Anne-Mie Van de Wiele: “We hebben de afweging gemaakt om de opleiding in-company te laten doorgaan, maar uiteindelijk zijn we heel bewust mee in het consortium gestapt. Tijdens een in-companytraining ben je bezig in je eigen omgeving, met je eigen mensen. Voor deze opleiding vonden we de interactie met andere cursisten in gelijkaardige jobs in andere bedrijven met het oog op de ontwikkeling van managementvaardigheden minstens even relevant als de lessen.   Een open opleiding was ook geen optie. We wilden heel ons middle management het traject in twee jaar laten afwerken, wat betekent dat ze in groepjes van vijf à zeven mensen in opleiding moesten. De open vormingen besteden veel aandacht aan de diversiteit van de deelnemersgroep, waardoor we maar een beperkt aantal VITO-medewerkers zouden kunnen inschrijven. Een ander belangrijk voordeel van het consortium is het beperkt aantal deelnemende bedrijven, waardoor de opleidingsverstrekker en de studenten meer op bedrijfsspecifieke aspecten kunnen focussen.”

Het consortium voor middle management bestond al. Kon u zich daarin vinden?

Anne-Mie Van de Wiele: “De samenstelling van het consortium was voor VITO een schot in de roos. VITO is een onderzoeksorganisatie. Mochten de deelnemers overwegend productieorganisaties zijn, dan zou de afstand – onder meer qua managementbehoeften – toch wat te groot zijn. Maar wonderwel pasten we mooi tussen de bedrijven die op dat moment al tot het consortium behoorden: een aantal is net als ons een stuk overheidsgerelateerd, anderen zijn ook bezig met onderzoek of hebben een link met de energiesector. We hadden genoeg raakvlakken en op andere punten vulden we elkaar mooi aan.”

De eerste groep managers heeft de opleiding bijna achter zich. Uw indruk?

Anne-Mie Van de Wiele: “We hebben nog geen uitgebreide evaluatie gehad, maar de redenen waarom ik voor een consortiumprogramma koos, werd wel al bevestigd. Het is goed om met een groep van je onderneming even volledig uit de werkplek te stappen en in dat managementgebeuren te worden ondergedompeld. De collega’s leren elkaar ook op een andere manier kennen en dat creëert een positieve dynamiek. Verder biedt de interactie met andere bedrijven een belangrijke meerwaarde. De groep is gevarieerd, maar tegelijk klein genoeg om ook daar een zekere relatie met de collega’s-deelnemers op te bouwen.”

Hoe zorgt u ervoor dat het programma op de werkplek rendeert?

Anne-Mie Van de Wiele: “We beseffen dat onze medewerkers terugkomen met nieuwe kennis. Het is belangrijk dat we hen de mogelijkheid bieden om die kennis optimaal in te zetten, te zorgen dat bepaalde regels of afspraken hen niet hinderen om het geleerde toe te passen. Om dat te vermijden, volgt binnenkort een degelijke evaluatie van de opleiding. Ik zie wel al een rendement in de vorm van het afstudeerproject waar de deelnemers van hetzelfde bedrijf in groep aan moeten werken.

Onze mensen kozen bewust voor een onderwerp dat bij de realiteit van VITO aansluit: ‘Vito goes international’, maar dat was te ruim om binnen de scope van het afstudeerwerk te behandelen. De groep koos om zich te focussen op een aantal aspecten en hoopt dat de volgende groep het resterende deel van het onderwerp in hun afstudeerwerk wil opnemen, zodat VITO na de twee opleidingscycli een totaalproject zal hebben, waarin heel het onderwerp is gecoverd. Je voelt de drive onder de medewerkers om de investering die VITO in hen doet, ook te laten renderen.”

Welke zijn de kritische succesfactoren voor een geslaagd consortiumproject?

Anne-Mie Van de Wiele: “Als directie vonden we dat ons middle management de opleiding moest volgen, maar het is belangrijk dat de deelnemers zelf de opleidingsbehoefte herkennen en erkennen. Natuurlijk blijft de vraag of de uitkomst van de opleiding overeenkomt met de opleidingsbehoeften die we hebben gedefinieerd. Het programma vormt een leidraad, maar het uiteindelijke antwoord zal pas blijken na afloop. Het zal in grote mate afhangen van de lesgevers, de deelnemers en de interactie tussen beiden.

Een ander belangrijk punt is de mate van toepasbaarheid. In hoeverre zijn de deelnemers in staat om wat hen wordt aangereikt te vertalen naar hun eigen werkomgeving? Die vertaalslag kan van persoon tot persoon verschillen, naargelang hun eigen ontwikkelproces of de projectomgeving waarin ze meedraaien. De aanpak van de opleiding zou normaal voor iedere deelnemer de marge moeten laten om eruit te halen wat voor hen belangrijk is. Dat zal blijken uit de mate waarin we betere leidinggevenden krijgen: kunnen zij de bedrijfsambities vertalen naar hun unit, hun onderzoekteam, hun individuele opdracht? Maar ook: in hoeverre slagen zij erin zichzelf en hun unit binnen VITO te positioneren, alsook in de markt? We kijken uit naar dat resultaat.”

Vlerick consortiumopleiding

Een consortiumopleiding brengt groepen deelnemers van een beperkt aantal bedrijven samen die dezelfde managementontwikkelingsdoelstellingen nastreven. De verschillende bedrijven in het partnership bepalen mee de inhoud en de aanpak van de opleiding. Dankzij diverse elementen op maat kunnen de medewerkers van elk bedrijf focussen op hun eigen organisatie.

Info:
Benjamin De Wulf 
tel.: +32 9 210 97 33
benjamin.dewulf@vlerick.be