Belgische managers scoren in het buitenland

20 apr 2007

(Franstalige versie)

Belgische managers die aan het hoofd staan van een groot, internationaal bedrijf waren vroeger eerder de uitzondering dan de regel. Anno 2007 is het aantal Belgen in internationale topmanagementfuncties verveelvoudigd en worden ze alom geroemd voor hun open mentaliteit, diplomatische vaardigheden en talenkennis. De culturele en historische achtergrond van de Belgen en het feit dat Brussel de hoofdstad is geworden van Europa spelen daarbij zeker een rol.

Vier Belgen die hun strepen meer dan verdiend hebben in het buitenland worden morgen ter gelegenheid van de Vlerick Award 2007 in de bloemen gezet.

In de jaren negentig waren Belgische managers die aan de top stonden in het buitenland dun gezaaid. Luc Vandevelde was actief bij Marks & Spencer in Groot-Brittannië, baron Paul Buysse boekte mooie resultaten bij Bentley in Groot-Brittannië, Frank Meysman was voorzitter van de Raad van Bestuur van Sara Lee-DE in Nederland, en tot slot was Theo Dilissen actief bij de Deense dienstengroep ISS.

Vandaag is het aantal Belgen aan de top van internationale bedrijven nog nauwelijks bij te houden. Patrick De Maeseneire is CEO van het Zwitserse chocoladebedrijf Barry Callebaut. Michel Tilmant en Jean-Paul Votron staan aan het hoofd van ING en Fortis, twee absolute topbanken in Nederland. Rudi De Becker is CEO van het Nederlandse Hagemeyer dat hij na een moeilijke periode weer op de rails kreeg. Jean-François Van Boxmeer is de topman van het Hollandse kroonjuweel Heineken. Andere topmanagers in Nederland zijn Rudy Provoost (hoofd consumentendivisie van Philips), Frank Wouters (Wave International) en Guy Demuynck, voorzitter van de Raad van Bestuur en het directiecomité van de Nederlandse auto-invoerder Kroymans Corporation. Paul Bulcke is net als Patrick De Maeseneire in Zwitserse loondienst bij Nestlé, waar hij de Amerikaanse activiteiten leidt. In Frankrijk is Pierre-Alain De Smedt de nummer twee bij Renault en eind vorig jaar ging Sophie Vandebroeck, de enige vrouw in dit lijstje, aan de slag als Technologiemanager (CTO) bij Xerox in de Verenigde Staten.
Als we bovendien Luc Vandevelde aan de lijst toevoegen die tot voor kort voorzitter van de Raad van Bestuur van Carrefour was, alsook Georges Ugeux, minder bekend in Vlaanderen, maar tot voor kort vice-chairman van de New York Stock Exchange, komen we al snel aan meer dan een dozijn namen.

Een kwartet van deze Belgische topmanagers – Paul Bulcke, Rudi De Becker, Patrick De Maeseneire en Georges Ugeux – is dit jaar genomineerd voor de Vlerick Award die doorgaat op 20 april in het Kursaal Oostende. Dit initiatief van Vlerick Leuven Gent Alumni bekroont jaarlijks een Belgische manager die op internationaal vlak uitstekende en duurzame resultaten behaald heeft. Baron Paul Buysse, Michel Tilmant en Luc Vandevelde werden al in vorige edities genomineerd.

Wat is de reden dat onze landgenoten de laatste jaren zo succesvol zijn in het buitenland? Een eerste reden is ongetwijfeld de algemene internationalisatie van het bedrijfsleven met het niet te onderschatten belang van Brussel als Europese hoofdstad, waar heel veel internationale bedrijven hun Europese hoofdkwartier gevestigd hebben. Veel landgenoten krijgen hier een eerste kans op managementniveau en kunnen zo op termijn doorgroeien naar internationale managementfuncties bij de moederbedrijven.

Maar er is méér: Belgische managers hebben meestal een heel gedegen opleiding genoten (verschillende topmanagers genoten bv. een opleiding aan Vlerick Leuven Gent Management School) en hebben een talenknobbel die hen toelaat zich vlot uit te drukken in verschillende talen. Verder worden de Belgen gewaardeerd, omdat ze perfect in staat zijn om te gaan met verschillende culturen. Talenkennis speelt hierin een rol, maar ook de “open mentaliteit” van de Belgische manager. Deze zou haar oorsprong hebben in de vele overheersingen die de vroegere inwoners tot het ontstaan van België in 1830 gekend hebben en die de Belgen verplichtten om om te gaan met heel veel uiteenlopende culturen. Het feit dat België op de scheidingslijn ligt tussen de Germaanse en de Latijnse cultuur is een extra troef die helpt verschillende culturen te verzoenen. Het mag dan ook geen verrassing zijn dat Belgische managers “diplomaten” genoemd worden, die steeds naar het compromis zoeken. Belgen plaatsen zichzelf niet snel op de voorgrond maar weten dus wel uitstekend hoe ze met verschillende culturen moeten omgaan. Ze voelen spanningen perfect aan en weten vooral hoe ze die moeten ontzenuwen. Tot slot worden ook typische Belgische waarden als werklust en doorzettingsvermogen geroemd, in combinatie met flexibiliteit en de “voeten-op-de-grond”-mentaliteit van onze landgenoten.