Tieners krijgen meer zin in ondernemen door initiatieven in onderwijs
Grootschalig onderzoek bij meer dan 200 scholen en meer dan 6000 leerlingen
Dat blijkt uit de Effecto-studie, een grootschalig onderzoek over de ondernemersintenties van Vlaamse tieners, uitgevoerd door het Flanders DC Kenniscentrum aan Vlerick Leuven Gent Management School. “Tieners hebben een positief beeld van ondernemers”, zegt Lorin Parys, voorzitter van Flanders DC, “daarmee steken we vandaag de ondernemers een hart onder de riem.” De helft van de leerlingen vindt een eigen zaak opstarten een aantrekkelijk idee. 30% vindt dat ook haalbaar. Jongens scoren daarin hoger dan meisjes. Ook leerlingen uit het BSO en TSO vinden een eigen zaak een haalbare kaart. “Daarmee raken we aan één zwak puntje”, besluit Lorin Parys, “de meeste programma’s beginnen te laat, vaak pas in de derde graad, en richtten zich weinig op niet-economische richtingen in het ASO.”
“De bevraging toont ook aan dat hoe vaker tieners deelnemen aan activiteiten rond ondernemen, hoe hoger hun intentie om te ondernemen wordt”, zegt Hans Crijns, professor ondernemerschap aan Vlerick Leuven Gent Management School. “Dat effect wordt sterker naarmate het contact intensiever is. Eén op drie jongeren denkt ooit zelf een eigen onderneming te zullen leiden. Jongens scoren wel hoger dan meisjes wat betreft ondernemerschapsintentie.” De inspanningen van de Vlaamse regering en diverse instanties om onze jeugd ondernemingsgezind te maken hebben dus wel degelijk effect.
BELANGRIJKSTE CONCLUSIES
1/ Het werkt
De inspanningen die vandaag worden genomen bewijzen hun nut. De ambitie moet nu zijn om nog meer leerlingen in aanraking te laten komen met zulke projecten.
2/ 4 op 5 scholen doen mee, maar ASO leerlingen zijn minst geneigd te ondernemen
30% van de middelbare leerlingen komen in contact met ondernemerschap, maar het gaat vooral over de richtingen TSO, BSO en EHK (economie, handel, kantoor). Ook de meest intensieve initiatieven lopen vooral in deze richtingen. In het ASO staat de meerderheid van de projecten pas gepland in de derde graad, wat eigenlijk te laat is. ASO leerlingen blijken immers het minst geneigd om zelf te gaan ondernemen, hoewel ze nochtans het grootste potentieel voor succes hebben. Het komt er dus op aan om in het ASO vroeger ondernemende projecten op het programma te zetten.
3/ Het beeld van ondernemers is positief bij jongeren
Ondernemers hebben helemaal geen negatief imago bij jongeren zoals vaak wordt gedacht. Wanneer jongeren in aanraking komen met ondernemers heeft dit een gunstig effect op de intentie om later te gaan ondernemen (zelfs als het contact niet bijster positief is geweest). Zo vindt 50% van de tieners een eigen bedrijf een aantrekkelijk idee.
4/ Van kunnen naar willen
De projecten zijn vooral gericht op het verhogen van de ondernemersvaardigheden bij de jongeren. De studie wijst echter uit dat het zeker even belangrijk is om op de wenselijkheid te werken (jongeren laten zien dat ondernemen een leuke/interessante “loopbaanoptie” kan zijn). Projecten zouden hier dus zeker een bijkomende focus moeten krijgen.
5/ Geen gebrek aan enthousiasme
Ondernemingszinprojecten worden zowel door deelnemers als door de begeleidende leerkrachten heel positief geëvalueerd. Leerlingen spenderen er ook veel van hun vrije tijd aan. Volgens de studie zullen de geplande hervormingen voor het secundair onderwijs het nog makkelijker maken om aan ondernemende projecten deel te nemen.
6/ Tot slot: het mag leuk zijn
Ook projecten die niet expliciet over ondernemen of bedrijven gaan, wakkeren de ondernemingszin van onze jeugd aan. Hoe leuker de activiteiten, hoe groter zelfs het effect ervan bij de leerlingen. Een tip dus naar de overheid: durf ook te investeren in projecten die niet dadelijk op het eerste gezicht met ondernemen te maken hebben.
Hoe gaat Flanders DC hiermee verder?
Flanders DC gaat eind februari met de 21 organisaties in detail door de resultaten lopen om na te gaan hoe men hier op kan inspelen. Verder zal in het kader van het nieuwe Flanders DC kenniscentrum een studie op lange termijn worden opgezet om na te gaan of leerlingen die deelnemen aan ondernemende projecten na hun schooltijd relatief vaker een onderneming oprichten dan anderen.
Reacties betrokken ministers
Reactie Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs: “Vlaanderen heeft nood aan meer ondernemers. Het stimuleren van de ondernemerscultuur moet al starten op school. Het onderwijs draagt immers bij tot het vormen van de ondernemers van de toekomst. Samen met de ministers van Economie en Werk wil ik dan ook het ‘Actieplan ondernemend onderwijs’ verder zetten. Daarbij is het van essentieel belang dat de ondernemers niet alleen materiële ondersteuning bieden, maar ook een actieve rol spelen bij de kennisoverdracht. Ik denk aan optreden als coach of peter, als rolmodel, als ervaringsdeskundige, als spreker… bij de projecten.”
Ook Vlaams minister van Innovatie Ingrid Lieten toont zich tevreden met de studie en haar resultaten. “Ondernemingszin behelst zin voor creativiteit. En creatieve geesten zorgen voor innovatie, die zo broodnodig is voor de transformatie van Vlaanderen als kennisregio. Daarom wil ik een oproep doen, niet enkel aan het onderwijs, maar ook aan het bedrijfsleven, om creativiteit te stimuleren, in het secundair, maar ook in het lager én hoger onderwijs.Onze bedrijven en onze onderzoeksinstellingen moeten samenwerken aan een innovatie die duurzaam is en toegevoegde waarde heeft voor eenieder in onze samenleving. Geen beter moment om jongeren uit te dagen om creatief te zijn dan nu, geen beter moment voor bedrijfsleven en onderwijs om met jongeren samen te werken aan hetzelfde doel. Onze jongeren zijn immers de toekomst.”
Vlaams minister-president Peeters: “Meer en sterkere ondernemers is een centrale doelstelling van het economische beleid van deze regering. Ondernemerschap stimuleren begint in het onderwijs, van het basisonderwijs tot aan de hogescholen en universiteiten. Daarom dat ik als Vlaams minister van economie verschillende projecten mogelijk maak door gerichte subsidies. De meeste van de in deze studie onderzochte initiatieven worden financieel ondersteund door het Agentschap Ondernemen. Bijvoorbeeld met de oproepen brugprojecten, waarvoor ik dit jaar 1,5 miljoen Euro ter beschikking stel, slaan we de brug tussen het onderwijs en de bedrijfswereld. Daarmee helpen we aan het dichten van de kloof tussen de onderwijs- (theorie) en de bedrijfswereld (praktijk) en leren we jongeren cruciale attitudes, competenties en vaardigheden. Maar vooral ook: we geven onze jeugd zin om te ondernemen. Het is goed met deze studie te mogen horen dat deze beleidsmaatregelen wel degelijk effect hebben”.
Meer ‘facts & figures’
- Onderzoek bij meer dan 200 scholen, 380 leerkrachten en 6000 leerlingen (3140 leerlingen die deelnamen aan ondernemerschapsprojecten + 3496 leerlingen die niet deelnamen aan zulke projecten als controlegroep).
- Opgezet met de medewerking van de organisaties verantwoordelijk voor 21 initiatieven inzake ondernemerschapsonderwijs
- Er bestaat een grote verscheidenheid aan initiatieven: contacten met managers, bedrijfsbezoeken, leerlingenbedrijven, simulatieprogramma’s, enz.
- Vier Vlaamse secundaire scholen op vijf participeren aan minstens één van de initiatieven; de helft van de scholen participeert aan twee of meer initiatieven
- 6 initiatieven bereiken meer dan 10% van de Vlaamse secundaire scholen: mini-ondernemingen (Vlajo), Ondernemer voor de klas (VKW), Dream-Day (Dream), Jieha! (Vlajo), Oefenfirma (Cofep) en De wereld aan je voeten (KVIV/Uyttendaele)
- 50% van de leerlingen vindt het opstarten van een eigen zaak een aantrekkelijk idee; bij meisjes is dat minder maar nog altijd boven de 40%
- 40% is zelf al ondernemend en organiseert geregeld activiteiten voor vrienden of familie, op school of via een vereniging
- 30% van de leerlingen vindt het haalbaar om zelf een onderneming op te starten; dat cijfer ligt iets hoger bij leerlingen uit het beroeps- en technisch onderwijs en ook bij jongens. Bij ASO leerlingen uit niet-economische richtingen ligt dat lager.
- 1 op 3 denkt ooit een eigen onderneming te zullen leiden
- 1 op 3 jongeren antwoordde dat een van de ouders ooit een zaak begonnen was of had overgenomen.
- Jongens scoren hoger dan meisjes wat betreft ondernemerschapsintentie
Lijst van de bestudeerde initiatieven:
- COOS (Competitie voor schoolteams DBO),
- Vliegende startersbrigade (VOKA Mechelen, Kempen en Antwerpen),
- Ondernemer voor de klas (VKW),
- Flanders DC Fellows (Flanders DC),
- Dream-Day (DREAM),
- De wereld aan je voeten (Seminarie Karel Uyttendaele / KVIV),
- All in, all out (VOKA Limburg),
- Bedrijfsbezoeken VOKA Oost-Vlaanderen,
- Beloftevolle Ondernemer 2009 (Ondernemingsplanwedstrijd DBO),
- De Bedenkers - Klaseditie (Flanders DC),
- Ecoman (HUB),
- Jieha! (VLAJO),
- Project Ondernemen (HUB),
- TMF Stressfactor (Deadline),
- UNIZO Prijs Ondernemende School (UNIZO),
- Virtueel Kantoor (WEB),
- Leeronderneming (UNIZO),
- Mini-onderneming (VLAJO),
- NFTE-cursus Vaardig Ondernemerschap (NFTE),
- Oefenfirma (COFEP)

