Corporate social responsibility belangrijker dan ooit in de wereldwijde crisis
Volgens professor Philippe Haspeslagh, decaan van Vlerick Leuven Gent Management School, is CSR belangrijker dan ooit in deze periode van wereldwijde crisis.
Naarmate de wereldwijde crisis blijft duren, is het logisch dat grote en kleine bedrijven nu streven naar een striktere kostencontrole dan de voorbije jaren het geval was. Er werd voorspeld dat als gevolg hiervan heel wat van de initiatieven die onder de brede noemer ‘corporate social responsibility’ vallen, aan de kant geschoven zullen worden. Kunnen bedrijven zich zo’n luxe immers nog wel veroorloven op een moment waarop zij al hun inspanningen moeten concentreren op het genereren van inkomsten, het tevreden stellen van hun aandeelhouders en het in dienst houden van hun werknemers? Hoe moeten bedrijven in moeilijke tijden als deze anders hun verantwoordelijkheid nemen?
Volgens mij is een dergelijk standpunt gebaseerd op een fundamentele misvatting van waar corporate social responsibility eigenlijk voor staat. CSR heeft niet uitsluitend te maken met de tamelijk wazige missie om de aarde te redden of met BDB (baby’s, dolfijnen en bossen), zoals een cynicus het samenvatte. CSR heeft wel te maken met het creëren van een duurzame manier van zakendoen. Natuurlijk omvat CSR een aantal klassieke aspecten zoals ‘groenere’ productieprocessen en een betere aanpak van de verwerking van bijproducten van de consumentenmaatschappij, maar CSR draait ook om de ontwikkeling van bedrijfsmodellen die het soort excessen vermijden die geleid hebben tot onze huidige economische problemen. Het concept CSR op een zinvolle manier toepassen kan bovendien leiden tot voordelen die veel verder gaan dan de ‘feel good’ factor of positieve reclame. In 2007 toonde een studie van Goldman Sachs aan dat duurzame bedrijven eigenlijk vaak aanzienlijk beter presteren dan de rest van de markt. In februari 2009, midden in een van de ergste economische crisissen sinds mensenheugenis en op een moment dat een harde manier van zakendoen misschien nodig lijkt, bleek uit een enquête van de Washington Post dat duurzame bedrijven het nog altijd minstens even goed doen als bedrijven die minder ver staan op het gebied van CSR.
Ondanks het beschuldigende vingertje dat werd opgeheven naar sommige sectoren van economische opleidingen, wil ik erop wijzen dat MBA-studenten al een hele tijd een voorvechtersrol spelen bij het streven naar duurzame bedrijfsmodellen. In 2003 werden in een gemeenschappelijk onderzoek laatstejaars MBA-studenten uit 25 landen over de hele wereld ondervraagd. Bij de vraag welke factoren bepalend zouden zijn voor hun jobkeuze na het afstuderen, plaatsten de respondenten bedrijfswaarden en ethiek op de derde plaats, vlak na jobtevredenheid en evenwicht tussen werk en privéleven, en ver voor geld en professionele status.
In 2009 wordt het belang van CSR zelfs nog hoger ingeschat. In mijn eigen school worden wij, zowel bij huidige als bij toekomstige studenten, geconfronteerd met zo’n grote belangstelling voor het hele domein dat we vanaf september van dit jaar ons voltijds MBA-programma zullen uitbreiden met een CSR-project dat een maand duurt. Dat project zal de impact van managementbeslissingen op het milieu of de samenleving onderzoeken en het zal ook mogelijkheden aanreiken om verbeteringen aan te brengen. Door onze studenten zo in de ‘frontlinie’ van CSR te plaatsen, hopen we, al is het maar in kleine mate, mee te helpen aan het ontwikkelen van een meer verantwoorde houding tegenover ondernemen bij deze toekomstige bedrijfsleiders.
