Groeibedrijven staan financieel sterk tijdens de economische crisis
Resultaten van het jaarlijkse iGMO groei-onderzoek 2009
Groeibedrijven in Vlaanderen worden financieel niet getroffen door de crisis. Dankzij een efficiënte aanpak slagen ze er in de economische terugval goed te trotseren. Dat is de belangrijkste conclusie van het grote groei-onderzoek van iGMO, het Impulscentrum Groeimanagement voor Middelgrote Ondernemingen aan Vlerick Leuven Gent Management School. De resultaten worden voorgesteld tijdens de iGMO Summit Groeimanagement 2009 op 18 en 19 juni in Oostende. Het onderzoek werd ondersteund door Ernst & Young en KBC.
“Het is opmerkelijk dat het merendeel van de groeibedrijven zegt dat ze geen financiële beperkingen ondervonden hebben in de periode 2008-2009,” zegt prof. Hans Crijns van Vlerick Leuven Gent Management School en directeur van iGMO. “Meer zelfs: meer dan de helft beschouwt hun financiële positie als zeer sterk. Dit wijst erop dat groeibedrijven toch hun liquiditeit en solvabiliteit ook in tijden van crisis goed in de gaten houden. Over het ingrijpen van de overheid in crisisperiode zijn de ondernemingen minder positief. Meer dan 1 op 3 vindt dat het overheidsoptreden geen echt effect gehad heeft. De impact van hun eigen optreden – voornamelijk kostenbesparende innovaties en het uitstellen van investeringen – daarentegen vinden ze wel efficiënt.”
Conclusies van het iGMO groei-onderzoek 2009
A/ Groeibedrijven en de economische crisis
- Ook groeibedrijven stellen hun verwachtingen in 2009 bij: 60% ziet de verwachte omzet in 2009 negatief evolueren t.o.v. 2008.
- Ze pakken de crisis vooral aan via kostenbesparende innovaties (46%) en het uitstellen van investeringen (37%). Slechts een kleine minderheid (10%) schrapt geplande aanwervingen. Ongeveer 30 % heeft ook wel het personeelsbestand afgeslankt. Twee op de drie groeiers zegt dat deze maatregelen effect hebben gehad.
- Slechts 10 % heeft moeilijkheden om zelf tijdig te betalen.
- Opmerkelijk is dat het overgrote deel (86%) zegt geen financieringsbeperkingen ondervonden te hebben.
- Meer dan de helft beschouwt zijn financiële positie als (zeer) sterk. Hun solvabiliteit is gemiddeld 40% (in 2003 was dit 28 %), wat erop wijst dat ze in het verleden hun balansstructuur in de gaten gehouden hebben.
- Slechts 8% verwacht een daling van de tewerkstelling in de komende 2 jaar; ongeveer 4 op de 10 zien de tewerkstelling in hun eigen bedrijf groeien tegen 2011.
- In 2009 hadden groeibedrijven het iets makkelijker om te rekruteren dan in het verleden. Toch is de zoektocht naar gekwalificeerd personeel nog steeds de grootste rem op hun verdere groei. Ze beschouwen geschikte medewerkers als de belangrijkste groeihefboom.
- Meer dan de helft (52%) wil niet van delokalisatie weten; 23% heeft zich wel al op dit pad gewaagd.
- Groeiers ondersteunen hun interne groei in toenemende mate door acquisities: meer dan de helft van de groeiers heeft de afgelopen 5 jaar (minstens) één acquisitie gedaan.
- Groeiers zijn vooral niche-spelers, verspreid over alle mogelijke sectoren; de helft van deze groeiers in Vlaanderen zijn productiebedrijven.
- In toenemende mate hebben deze bedrijven onafhankelijke bestuurders: in 1999 was dit 27%, in 2009 is dit 42%.
B/ Ondernemingsgroei op middellange termijn: een hoeksteen voor de toekomst
- Analyse van de jaarrekeningen over meerdere decennia wijst uit dat 1 op 3 bedrijven op jaarbasis meer dan 10% groei in omzet realiseert; slechts 1% van alle bedrijven realiseert dit in drie opeenvolgende jaren.
- Jaarlijks creëren groeibedrijven een derde van de nieuwe banen in Vlaanderen.
- Deze groeibedrijven zien de afgelopen vijf jaar vooral kwalitatieve groei (ongeveer een verdubbeling van cash flow en winst); de kwantitatieve parameters die omzet en personeel weergeven, kennen ook een toename maar in mindere mate (een stijging van ‘slechts’ 60 %).
- Niet alle groeiers zijn altijd even gezond. Slechts één op drie bedrijven kan beschouwd worden als ‘performante groeier’. Er bestaan net zo goed ‘gevaarlijke groeiers’.
- Groeiers zijn innovatiever (m.b.t. nieuwe producten, processen en afzetmarkten).
- Groeiers zijn in toenemende mate internationaal actief. Meer dan de helft realiseert meer dan 20% van de omzet in het buitenland in 2009 (in 1999 was dat slechts 4 op de 10).
- Groeiers durven meer berekende risico’s te nemen: hun entrepreneurial orientation (risico aangaan, vernieuwend, proactief en agressief zijn op hun markt) is hoger dan die van niet-groeiers. 70% zegt sneller te groeien dan de concurrentie.
C/ Groeibedrijven en de overheid
- Eén derde van de ondernemers vindt dat het overheidsoptreden de situatie in 2009 verbeterd heeft. Eén kwart vindt echter dat dit overheidsoptreden geen effect heeft gehad.
- Om de groei van bedrijven te ondersteunen adviseert 65% van de bedrijfsleiders om de arbeidsmarkt flexibeler te maken; ze vinden ook dat de regelgeving eenvoudiger moet.
- Slechts 15% vindt dat de overheid kapitaal ter beschikking moet stellen. Het advies naar overheidsbeleid ligt zeker niet in het verstrekken van subsidies (7%).
- 61% vindt belastingverlaging een effectieve stimulerende maatregel.

