Succesfactoren voor internationalisering van Vlaamse kmo's
Exportbedrijven beter bestand tegen crisis volgens Flanders DC studie
Kleine en middelgrote ondernemingen internationaliseren niet alleen om te groeien, maar ook om te overleven. Het spreiden van de activiteiten over verschillende landen zorgt ervoor dat kmo’s beter gewapend zijn tegen de impact van een economische crisis.
Veel Vlaamse kmo’s passen nog steeds een traditionele strategie van internationalisering toe waarbij bedrijven pas internationaliseren na jaren van uitsluitend binnenlandse activiteit. Bij een gemiddelde kmo verlopen de internationale activiteiten volgens een bepaald stramien: import na 2 jaar, gevolgd door export na 9 jaar en export buiten de EU na 13 jaar. Andere vormen van internationalisering volgen later in de bedrijfscyclus. Bedrijven die in het buitenland willen verkopen, trekken vaak eerst naar de buurlanden en in veel gevallen is dat Nederland. Na een eerste succesvolle exportervaring zijn er een aantal bedrijven die ook andere naburige markten verkennen. Het gaat dan vaak over grotere markten dan bij de eerste exportactiviteit (bv. Duitsland of Frankrijk).
Toch zijn er ook een aantal bedrijven die internationalisering op een andere manier aanpakken. Zij beginnen te internationaliseren kort na de bedrijfsoprichting en in veel gevallen zelfs binnen het eerste jaar dat ze operationeel zijn. Deze bedrijven zijn vaak actief in nichemarkten en richten zich met hun specifieke kennis op meerdere, kleine marktsegmenten overal in de wereld. Hun product of dienst heeft vaak een relatief korte levensduur met als gevolg een snellere internationalisering dan bedrijven die eerder traditionele massaproducten met een langere levensduur produceren. Daardoor zijn deze bedrijven sneller geneigd om te kiezen voor een sprinklerstrategie met activiteit op meerdere markten tegelijk i.p.v. een watervalsysteem waarbij stapsgewijs verschillende markten verkend worden. Als gevolg daarvan zijn bedrijven actief in nichemarkten vertegenwoordigd binnen verschillende markten wereldwijd.
Deze kmo’s zijn ook optimistischer over de verdere groei van hun internationale omzet. Deze stijging in de buitenlandse verkoop wordt vooral gestimuleerd door nieuwe en verbeterde producten en door de lancering op nieuwe markten, terwijl kmo’s actief op grotere markten hun verkoop proberen te verhogen binnen markten waar ze reeds vertegenwoordigd zijn.
Kmo’s actief in nichemarkten pakken internationalisering op een meer proactieve manier aan en zijn meer betrokken bij internationale netwerken. Ze zijn meer geneigd om hun buitenlandse input (vaak buiten Europa) te stroomlijnen en verschillende methodes van internationalisering te gebruiken zoals buitenlandse dochtermaatschappijen, productiebedrijven, joint ventures en licenties.

