Uit onderzoek rond Global Reward Management Practices blijkt nood aan betere dialoog tussen hoofdzetels en lokale vestigingen

12 mei 2010

Voor professionals op het gebied van vergoedingen en voordelen die bij multinationals werken, is er duidelijk nood aan een betere samenwerking en coördinatie tussen de lokale vestigingen en hoofdzetels in verband met het beheer van vergoedingen en voordelen. De hoofdzetel heeft nood aan een betere kennis van de lokale specificiteiten (bv. de fiscale behandeling van beloningsinstrumenten), terwijl de lokale vestigingen meer inspraak moeten krijgen van de hoofdzetel. Ook is er duidelijk nood aan bestuursregels waarin is vastgelegd wie beslist over welke kwesties op het gebied van vergoedingen en voordelen.

Dat zijn de bevindingen van het onderzoek rond Global Reward Management Practices van Vlerick Leuven Gent Management School. Aan de enquête namen 31 multinationals deel, waarvan de meeste hun hoofdzetel in West-Europa hebben.

“Een van de unieke kenmerken van dit onderzoek is dat het niet alleen gaat over de vraag of beslissingen over verschillende beloningskwesties op de hoofdzetel, bij een regionale business unit of op lokaal niveau worden genomen, maar ook rond de vraag of professionals op het gebied van vergoedingen en voordelen die aan dit onderzoek deelnamen, tevreden zijn met de huidige stand van zaken, naast hun concrete suggesties voor een verbetering van de besluitvorming rond beloningskwesties in een internationale context,” aldus Xavier Baeten (Centre for Excellence in Strategic Rewards aan Vlerick Leuven Gent Management School), die het onderzoek uitvoerde.

Enkele andere belangrijke bevindingen:

  1. Hoewel een beloningsstrategie als een belangrijke basis voor een hedendaags beheer van vergoedingen en voordelen wordt beschouwd, heeft slechts 66% van de bedrijven uit de enquête een dergelijke strategie voorzien voor het middenkader.
  2. Er zijn enorme verschillen in de mate waarin het beheer van vergoedingen en voordelen voor de verschillende groepen werknemers gecentraliseerd is. Volgens 94% van de respondenten is het beheer van vergoedingen en voordelen voor senior managers overwegend gecentraliseerd, tegenover 56% voor het middenkader en amper 12% voor operationele medewerkers.
  3. Sommige aspecten en instrumenten in verband met vergoedingen en voordelen zijn meer onderhevig aan centralisatie dan andere. Op het niveau van het middenkader worden beslissingen over bonussen en incentives op lange termijn eerder op het niveau van de hoofdzetel genomen, terwijl beslissingen over verhogingen van de basiswedde, communicatie rond beloningen en specifieke werknemersvoordelen (vakantie, autobeleid, invaliditeitsverzekering, ziekteverzekering) eerder bij de lokale vestigingen worden genomen.
  4. De tevredenheid over de huidige stand van zaken bij de besluitvorming rond vergoedingen en voordelen bij multinationals schommelt tussen de 19% en 39%. De respondenten zijn het minst tevreden over de besluitvorming rond beloningsprocedures en zijn relatief meer tevreden over de besluitvorming rond werknemersvoordelen en incentives op lange termijn. Het is geen verrassing dat er vooral op het gebied van beloningsprocedures nood is aan verbetering.