Leerlingen ondernemender maken, werkt het?
Effecten van initiatieven om het ondernemerschap te stimuleren in het secundair onderwijs
Een
grote verscheidenheid aan initiatieven probeert de ondernemingszin bij
leerlingen uit het secundair onderwijs aan te wakkeren, maar hebben al die goed
bedoelde projecten wel enige zin? De Effecto-studie van het
Flanders DC Kenniscentrum aan Vlerick
Leuven Gent Management School toont aan dat deze initiatieven wel degelijk een
effect hebben, al kan dat met kleine ingrepen nog verhoogd worden. Bovendien
spelen ook andere factoren een duidelijke rol bij het stimuleren van
ondernemerschap.
Van leeronderneming tot festival
Hoe scherp je bij jongeren de zin om te ondernemen aan? Op verscheidene manieren, zo blijkt uit het onderzoeksrapport Effecto van het Flanders DC Kenniscentrum aan de Vlerick Leuven Gent Management School. Organisaties zoals Vlajo, Unizo en VKW bieden een grote verscheidenheid aan projecten aan, met elk een eigen invalshoek en doelpubliek. Vrij bekend zijn de mini- en leerondernemingen, waarbij leerlingen een eigen onderneming op poten zetten. Daarnaast bestaan er ook simulaties, die jongeren een virtueel bedrijf laten leiden. Leerlingen brengen ook al eens een bedrijfsbezoek of krijgen een bedrijfsleider over de vloer in de klas. Niet alle initiatieven hebben trouwens rechtstreeks met ondernemerschap te maken. Zo laat TMF Stressfactor leerlingen zelf een festival organiseren.
Deze projecten bereiken een groot deel van de Vlaamse leerlingen: vier op de vijf scholen nemen deel aan één of meerdere van deze initiatieven. Liefst zes initiatieven halen een penetratiegraad van meer dan 10 procent van de scholen: het gaat om mini-ondernemingen (een initiatief van Vlaamse Jonge Ondernemingen - Vlajo), Ondernemer voor de klas (VKW), Dream-Day (Dream), Jieha (Vlajo), Oefenfirma (Cofep) en De wereld aan je voeten (KVIV). Scholen met technisch en beroepsonderwijs nemen het vaakst deel aan deze initiatieven.
Download het volledige artikel (pdf, 738 kB)


