Kofi Annan Fellows zullen hun land vooruithelpen
Ook tijdens het academiejaar 2008 – 2009 studeren twee Kofi Annan Fellows bij Vlerick. Beiden uiten hun lof over de professionele cultuur van de School en stellen de kansen die de Masters-opleiding hun biedt ten zeerste op prijs.
“De Kofi Annan Business School Foundation is een gezamenlijk initiatief van onze School, de Hogeschool Utrecht en de Public Advice International Foundation”, legt decaan Philippe Haspeslagh uit. “Een aantal veelbelovende studenten en jonge professionals uit ontwikkelingslanden krijgen de kans om een businessopleiding te volgen.” Voor de studenten zelf is de opleiding volkomen gratis, op voorwaarde dat ze nadien terugkeren naar hun land van herkomst. ”De braindrain uit de ontwikkelingslanden is immers zeer groot”, zegt de decaan. “Daarom stellen we ook als voorwaarde dat de studenten naar hun land terugkeren als ze hun opleiding hebben voltooid.” De fellows zullen in het kader van hun studie ook werken rond een project in hun thuisland. “De mensen worden zich steeds meer bewust van het belang van duurzame ontwikkeling. Vlerick mag en zal daar de ogen niet voor sluiten”, besluit decaan Haspeslagh.
Financiën
Dit jaar komen de studenten uit Vietnam en Oeganda. Beiden hebben een financiële achtergrond. Vy Pham Mai Nguyen, die in de afdeling Consumer Banking van de Asia Commercial Bank in Vietnam heeft gewerkt, volgt een Masters in General Management. “Na mijn studie aan Vlerick hoop ik productmanager te kunnen worden in de Card-afdeling van de bank. De krediet- en debetkaartenindustrie neemt immers hand over hand toe in Vietnam.” De Oegandees Ronnie Alinda werkte bij de Central Bank of Uganda. “Dankzij mijn Masters in Finanial Management zal ik een van de hoogst gekwalificeerde financiële managers van Oeganda worden. Met mijn diploma zou ik meteen aan de slag kunnen in welke lokale of internationale bank ook. Niettemin ben ik van plan om naar de Central Bank terug te keren. Ik wil er mee een kader scheppen dat de groei van de hele financiële sector kan bevorderen.”
Een brede kijk
Beide fellows zijn van plan om na hun opleiding naar hun thuisland terug te keren. Daarmee gaan ze in tegen de heersende trend. Alinda: “De braindrain uit Oeganda is zeer groot. Als gevolg van de schrijnende armoede in het land kiezen de meeste gediplomeerden voor een baan als arbeider in Europa of Amerika, want daar worden ze beter betaald.” Vy weet ons te vertellen dat het er in Vietnam net zo toegaat: “De meeste mensen die hogere studies hebben gevolgd, werken het liefst in internationale ondernemingen in Vietnam of in het buitenland. Het loonbeleid van de overheid en de werkomstandigheden zijn niet van die aard dat ze hooggekwalificeerde mensen ertoe aanzetten om aan de slag te gaan in de openbare sector.”
Vy en Alinda hebben veel businessscholen met elkaar vergeleken, maar uiteindelijk is het dan toch Vlerick geworden. De twee fellows zeggen dat hun keuze mee is beïnvloed door het evenwicht tussen de theoretische en de praktische invalshoek van de opleiding. “Vlerick leidt me op en bereidt me voor op de echte financiële wereld. De School maakt geen wandelende financiële encyclopedie van me”, legt Alinda uit. Vy voegt er nog aan toe: “Ik zal hier niet alleen veel kennis opdoen, Vlerick zal ook mijn interpersoonlijke vaardigheden, zelfstandigheid en verantwoordelijkheidszin aanscherpen.”
Decaan verwelkomt bijzondere gasten
Ronnie Alinda en Vy Nguyen genieten allebei van een beurs die de kosten van hun opleiding dekt. Ze krijgen er nog eens vijfduizend euro bovenop om in hun levensonderhoud te voorzien. Decaan Philippe Haspeslagh overhandigde hun met veel genoegen een cheque. Vlerick Leuven Gent Management School is een van de pioniers van dit ambitieuze project dat potentiële toekomstige leiders in ontwikkelingslanden een kwalitatief hoogstaande managementopleiding wil schenken.
Decaan Philippe Haspeslagh is opgetogen met “deze gemotiveerde jonge professionals die in de toekomst heel veel zullen kunnen doen voor hun land.” Hij benadrukt ook de corporate social responsibility van de School en de behoefte om alle studenten te laten kennismaken met de werkelijke toestand in de armere landen. Hij hoopt dat de studenten “onze bijzondere gasten” de hand zullen reiken en hun een hartelijk welkom zullen geven.
